|
03-04-2007
Ende dat manen es eweleke euen nuwe...
Eenheid en drieheid in de Brieven van Hadewijch van Brabant
by Johanna Theresia Honselaar
Nijmegen: Proefschrift, 2006
352pp, Paperback
ISBN: 90-90211357
About this Book
In this study research is conducted into the meaning of the Trinity in
the writings of Hadewijch. In starting the study it was expected that
the question of the meaning of the Trinity in the writings of
Hadewijch would offer a perspective for a reading from which the
spiritual life and the mystical theology of Hadewijch could be
understood and interpreted. Questions central in this research are:
which kind of Trinity-opinion is constituted in the Letters of
Hadewijch? How constitutes and founds this Trinity-opinion the
literary expression of the mystical life of Hadewijch? How does she
express this in the rest of her work and how can Hadewijch with this
been situated within the theology and the mysticism of the twelfth and
thirteenth century?
The first part of this study explores the person of Hadewijch and the
study of Hadewijch until now.
The first chapter gives attention to the social world of Hadewijch, it
gains a clear insight into the development and the growth of the
religious women-movement in the Middle Ages and the spread of this
movement.
The second chapter describes the little known about the person of
Hadewijch and mentions
the different genres of writings left by Hadewijch to the order and
the way by which they have come down.
In the third chapter the theological movements are discussed, which
influenced Hadewijch.
In the fourth chapter after all the theme of the Trinity in the
Hadewijch research until now has been discussed.
The second part of this study explores the angle along which Hadewijch
brings up the Trinity. It analyzes the Letters in which Hadewijch
explicitly and systematically pays attention to the theme of the
Trinity.
The analysis of these letters shows that theTrinity opinion of
Hadewijch profoundly constitutes her letters and forms the foundation
of her mystical teachings.
The third part of this study elaborates, as told before, the dynamics
coming to the surface in the second part. It concerns the dynamics of
the Trinitarian exemplarism, the claiming of the love debt, the
pouring out of the names of God, the abyss-symbolism, and the 'tasting
of man and God in one knowledge is live God with God' (gode ende
mensche in eenre const maken is gode met gode leuen.)
The fourth part of this study performs at last an exemplary research
in the Trinity concept of theologians and mystics in the historical
surroundings of Hadewijch.
In the concluding observations the possible meaning of the Trinity
concept and the mystical language of Hadewijch is explored for the
contemporary dialogue between religion and culture.
Contents
Inleiding
1
Deel I. Hadewijch en de Hadewijch-studie
5
1. De leefwereld van Hadewijch
7
1.1. De armoedebewegingen
7
1.2. De religieuze vrouwenbeweging
8
1.3. Spreiding
9
1.4. Begijnen
10
1.5. Het dagelijks leven van begijnen
13
1.6. Genres nagelaten geschriften van/over vrouwen uit de
armoedebewegingen, de
religieuze vrouwenbeweging en het
begijnenwezen 14
2. Hadewijch
16
2.1. De persoon Hadewijch
16
2.2. De geschriften van Hadewijch
17
2.2.1. De Mengeldichten
18
2.2.2. De Brieven
19
2.2.3. De Visioenen
19
2.2.4. De Strophische Gedichten
19
2.2.5. De overlevering van de Hadewijch-handschriften
20
2.3. De mystieke taal van Hadewijch
21
3. Theologische stromingen ten tijde van Hadewijch
23
3.1. Monastieke theologie - theologie van de intensiteit
23
3.1.1. Bronnen
23
3.1.2. Methode en object
24
3.1.3. Literaire genres, thema's, wijze van exegetiseren
25
3.1.4. Ervaring - rede: verhouding tot de scholastieke theologie
26
3.2. Scholastieke theologie - theologie van het intellect
27
3.2.1. Bronnen
27
3.2.2. Methode en object
28
3.2.3. Genres, thema's en wijze van exegetiseren
30
3.2.4. Ervaring - rede: verhouding tot de monastieke theologie
31
3.3. Neoplatoonse filosofie - Filosofie van de dynamiek
31
3.3.1. Plotinus en het neoplatonisme
32
3.3.2. Hiėrarchische ordening van het zijn: De verschillende
hypostases 32
3.3.3. Eenheid en oorzaak, veelheid en veroorzaakt
33
3.3.4. Het Ene en zijn relaties
33
3.3.5. Interne en externe activiteit van de verschillende hypostasen
34
3.3.6. Innerlijke dynamiek
35
3.3.7. De terugkeer van de Ziel in het Ene, via het Intellect (epistrophe)
35
3.4. Theologie in de volkstaal - theologie van de intimiteit
36
3.4.1. Bronnen
36
3.4.2. Methode en object
36
3.4.3. Literaire genres, thema's, wijze van exegetiseren
37
3.4.4. Brieven
38
3.4.5. Mengeldichten
38
3.4.6. Visioenen
38
3.4.7. Gedichten
39
3.4.8. Ervaring - rede: verhouding tot monastieke en scholastieke
theologie 40
4. Het thema van de Triniteit in het Hadewijch-onderzoek
41
4.1. Historische invloeden
44
4.1.1. Scholastiek
44
4.1.2. 'Brabants-Rijnlandse mystiek'
44
4.1.3. Mechtild van Magdeburg
45
4.1.4. Willem van St. Thierry
45
4.2. Inhoudelijk
46
4.3. De discussie rond de rechtgelovigheid van Hadewijch
53
4.4. Samenvattend
59
Deel II. Analyse van enkele brieven
61
1. Brief XVII
65
1.1. Inleiding
65
1.2. Brief XVII
65
1.3. Structuuranalyse
68
1.4. Inhoudelijke analyse Brief XVII
69
1.4.1. Regel 1-15: Het gedicht en de opdracht
69
1.4.2. Regel 16-23: De eerste strofe
71
1.4.3. Regel 24-43: De tweede strofe
72
1.4.4. Regel 44-77: De overige verzen
74
1.4.5. Regel 78-100: De menselijke ziel in de eenheid
77
1.4.6. Regel 101-122: Het visioen
78
1.4.7. Regel 123-135: Naschrift
80
1.5. Besluit
81
2. Brief XVIII
83
2.1. Inleiding
83
2.2. Brief XVIII
83
2.3. Structuuranalyse
88
2.4. Inhoudelijke analyse Brief XVIII
89
2.4.1. Regel 1-12: Noodzaak van verstandigheid
89
2.4.2. Regel 13-63: God als voorbeeld, de rol van de deugden
90
2.4.3. Regel 64- 153: Het wezen van de ziel en haar opdracht
93
2.4.4. Regel 64-79: De ziel
94
2.4.5. Regel 80-129: Het zien van de ziel
97
2.4.6. Regel 130-153: Werken volgens de wil van de Minne
101
2.4.7. Regel 154-173: Tot de lezeressen
102
2.4.8. Regel 174-188: De ziel in rust
103
2.4.9. Regel 189-201: Nawoord
103
2.5. Besluit
104
3. Brief XXII
105
3.1. Inleiding
105
3.2. Brief XXII
106
3.3. Structuuranalyse
115
3.4. Inhoudelijke analyse Brief XXII
116
3.4.1. Regel 1-24: Inleiding
116
3.4.2. Regel 25-83: Dimensie 1: Hoe God boven alles is maar niet
verheven 118
3.4.3. Regel 84-101: Dimensie 2: Hoe God onder alles is maar niet
verdrukt 122
3.4.4. Regel 102-250: Dimensie 3: Hoe God binnen alles is maar niet
ingesloten 124
3.4.5. De eerste weg: De Minne (Regel 116-132; 221-224)
125
3.4.6. Regel 133-136: Overzicht
127
3.4.7. De tweede weg: De natuur van God (Regel 137-142; 165-169;
225-228) 127
3.4.8. De derde weg: Het vellen van zijn substantie (Regel 143-154;
170-182; 229-236) 128
3.4.9. De vierde weg: De tijd (Regel 155-164; 183-214; 237-246)
130
3.4.10. Afronding (Regel 214-217; 247-250)
133
3.4.11. De vijfde weg: De weg van het eenvoudige geloof (Regel
218-220) 133
3.4.12. Regel 251-375: Dimensie 4: Hoe God buiten alles is maar
helemaal omgrepen 133
3.4.13. Inleiding (Regel 251-269)
133
3.4.14. De Vader (Regel 270; 279-284)
134
3.4.15. De Zoon (Regel 271-274; 285-327)
135
3.4.16. De heilige Geest (Regel 275-278; 328-344)
137
3.4.17. De eenheid van de Personen ( Regel 345-375)
138
3.4.18. Slot Brief (Regel 376-385; 386-406)
139
3.5. Besluit
142
4. Brief XXVIII
145
4.1. Inleiding
145
4.2. Brief XXVIII
147
4.3. Structuuranalyse
153
4.4. Inhoudelijke analyse Brief XXVIII
155
4.4.1. Regel 1-9: Heilige woorden
155
4.4.2. Regel 10-29: Het aanzien van God
155
4.4.3. Regel 30-64: De beschouwing
157
4.4.4. Regel 65-79: De menigvuldige rijkheid Gods
159
4.4.5. Regel 80-92: De fijnheid Gods
160
4.4.6. Regel 93-100: God in zichzelf
162
4.4.7. Regel 101-120: God geheel en uitvloeiend
162
4.4.8. Regel 121-145: Geestelijke liefde
164
4.4.9. Regel 146-152: Gods grootheid
165
4.4.10. Regel 153-164: De vriendschap Gods
165
4.4.11. Regel 165-187: God in zijn Personen en in zijn eigenschappen
166
4.4.12. Regel 188-195: De Vader
167
4.4.13. Regel 196-206: De Zoon
168
4.4.14. Regel 207-230: De heilige Geest
168
4.4.15. Regel 231-241: De ziel en de eenheid Gods
170
4.4.16. Regel 242-261: De ziel in de heelheid Gods, één en drie
171
4.4.17. Regel 262-270: De ziel in de volledige genieting
172
4.5. Besluit
172
5. Brief XXX
175
5.1. Inleiding
175
5.2. Brief XXX
175
5.3. Structuuranalyse
181
5.3.1. Regel 1-13: De volkomen trouw en de gerechte Minne
184
5.3.2. Regel 14-21: Minnen en werken
184
5.3.3. Regel 22-34: De Minne ghenoech leuen
185
5.3.4. Regel 35-48: Dat hoechste leuen ende dat seerste wassen
185
5.3.5. Regel 49-71: Ende dat manen es eweleke euen nuwe
186
5.3.6. Regel 72-83: De onvolwassenheid
187
5.3.7. Regel 84-106: De deugden
187
5.3.8. Regel 107-154: Voor de Minne leuen
188
5.3.9. Regel 155-176: Het goddelijke onweer
190
5.3.10. Regel 177-237: Opnieuw de onvolwassenheid
191
5.3.11. Regel 238-248: Wensgebed
192
5.4. Besluit
193
6. Terugblik en vooruitblik
194
Deel III. Hadewijchs dynamische triniteitsbeleving
195
1. Het Trinitarisch exemplarisme
207
1.1. De psychologische triniteitsleer van Augustinus
207
1.2. De psychologische triniteitsleer in de brieven van Hadewijch
211
1.2.1. 'Verlichter redenen' bij Hadewijch
211
1.2.2. 'Memoriera' bij Hadewijch
213
1.2.3. 'Hoghen berrenden wille' bij Hadewijch
214
1.3. Richard van St. Victors analogie minnaar - beminde - minne
215
1.4. Exemplarisme en de fierheidsbeleving
217
2. Het opeisen van de Minneschuld
222
2.1. De opbouw van Brief XXX
223
2.2. Het leerstellig deel
226
2.2.1. De Godheid in Zichzelf die zich naar buiten toe meedeelt
226
2.2.2. Wanneer de mens geen genoegdoening geeft
227
2.2.3. Wanneer de mens genoegdoening geeft
227
2.3. Leven voor de Personen
228
2.3.1. 'Daer met leuet men den sone gods'
229
2.3.2. 'Hier met leuet men den heileghen gheest'
229
2.3.3. 'Met desen wesene es men den vader'
230
2.4. Verkeren in de goddelijke eenheid
231
3. Het uitgieten van de namen Gods
233
3.1. De innerlijke dynamiek van de water- en vloedmetaforiek
233
3.1.1. Brief XXII
233
3.1.2. Andere tekstplaatsen
236
3.2. Aanverwante thematieken
238
3.2.1. 'Vte gheuen' en 'op houden' / 'geboden' en 'verboden'
238
3.2.2. Ghebreken en ghebruken
238
4. Afgrond-symboliek
239
4.1. Het lesen van de vonnesse
239
4.2. De afgrond van de minne
241
4.3. Deelkrijgen aan de goddelijke grondeloosheid
241
4.3.1. Deelkrijgen aan de gerechtigheid gods
242
4.3.2. Het aanschijn Gods
244
4.3.3. Zichzelf te zien volgens het oordeel dat God over haar velt
244
4.3.4. Alle zielen te kennen volgens het oordeel dat God over hen
velt 245
4.3.5. De onmogelijkheid anders over zielen te oordelen dan God
245
4.4. De dimensies in God
246
5. Mensche ende gode in eenre const smaken is gode met gode
lenen 248
5.1. Het thema in de geanalyseerde brieven
248
5.2. De Visioenen
249
5.2.1. Visioen I
250
5.2.2. Visioen XIV
253
5.3. Brief VI als neerslag van Visioen I
254
5.4. Brief XXIX
257
6. Besluit
259
Deel IV. Hadewijchs triniteitstheologie vergeleken
261
1. Hildegard van Bingen (1098-1179)
263
1.1. De persoon Hildegard van Bingen
263
1.2. Triniteit: Hildegard en Hadewijch vergeleken
264
2. Bernardus van Clairvaux (1091-1153)
275
2.1. De persoon Bernardus van Clairvaux
275
2.2. Triniteit: Bernardus en Hadewijch vergeleken
276
2.2.1. Van imago naar similitudo
280
2.2.2. Imago Trinitatis
281
2.2.3. De zendingen van de Zoon
283
2.2.4. De zendingen van de Geest
284
3. Willem van St. Thierry (1075-1135)
288
3.1. De persoon Willem van St. Thierry
288
3.2. Triniteit: Willem en Hadewijch vergeleken
289
4. Richard van St. Victor (+ 1173)
298
4.1. De persoon Richard van St. Victor
298
4.2. Triniteit: Richard en Hadewijch vergeleken
300
5. Beatrijs van Nazareth (1200-1268)
309
5.1. De persoon Beatrijs van Nazareth
309
5.2. Triniteit: Beatrijs en Hadewijch vergeleken
310
5.2.1. De Vita
310
5.2.2. Triniteit in Beatrijs 'Seuen maniren van minnen'
317
6 Besluit
320
6.1. Trinitarisch exemplarisme
320
6.2. Het uitgieten van de namen Gods
321
6.3. Het opeisen van de minneschuld
323
6.4. De afgrond-symboliek
323
6.5. Mensche en gode in eenre const smaken is gode met gode leuen
324
Slotbeschouwing
327
A. Literatuurlijst
331
B. Namenregister
341
C. Summary
347
|