Algemeen

titus brandsma instituut > algemeen > actuele informatie
 
 

'Spiritualiteit is oog hebben voor bron van het alledaagse'

 

door Emiel Hakkenes (Trouw, 20 november 2007)

(Copyright 2007 PCM Uitgevers B.V.)

 

Met spiritualiteit komen we voortdurend in aanraking, bleek gisteren op een symposium in Den Haag: op het voetbalveld, in het ziekenhuis en op het werk.

Nederland ontkerkelijkt, zegt het ene onderzoek na het andere, maar de groep 'zoekers' die hun eigen geloof en spiritualiteit samenstelt, groeit. Vooropgesteld dat dat waar is, wat merken we daar dan van in het dagelijkse leven van werk, zorg en cultuur?

In ieder geval niet meer hetzelfde als veertig jaar geleden, zei onderzoeker Joep de Hart van het Sociaal- en Cultureel Planbureau gisteren in Den Haag. De Hart sprak op het symposium 'Spiritualiteit werkt', een onderdeel van de Maand van de Spiritualiteit van Trouw, de KRO en uitgeverij Ten Have.

In zijn jeugd, zei De Hart, werd een voetbalwedstrijd tussen Go Ahead Kampen en Urk nog stilgelegd voor een passerende rouwstoet, vanuit een diep ontzag voor een hogere macht.

Zo'n opperwezen dat beschikt over leven en dood is volgens De Hart uit het besef van de hedendaagse Nederlander verdwenen. Maar daarmee is religie niet weg uit onze samenleving. Sommige zaken hebben volgens De Hart een opvallend lange houdbaarheidsdatum: geloof in wonderen, bijvoorbeeld, of leven na de dood.

Dat laatste ligt dicht bij het onderzoek van cardioloog Pim van Lommel. Hij vroeg patiënten naar bijna-doodervaringen, of zij zich iets herinnerden van de periode waarin hun hart stilstond en zij buiten bewustzijn waren.

Voor een kleine groep, ongeveer een vijfde van alle patiënten, gold dat. Zij spraken bijvoorbeeld van een licht dat ze hadden gezien.

Die ervaring veranderde hun leven, zij verloren bijvoorbeeld hun angst om te sterven en bleken ervan overtuigd dat bewustzijn niet ophoudt bij de dood.

Volgens Van Lommel is bewustzijn niet puur materieel, het gevolg van chemische processen in onze hersenen. Want, zegt hij, waarom mensen verliefd worden of iets mooi vinden, kan op die manier niet verklaard worden.

De aanname dat bewustzijn een zuiver lichamelijke aangelegenheid is of juist niet, zegt Van Lommel, heeft consequenties voor onze ideeën over vrije wil en moreel handelen.

Met instemming citeert hij Dag Hammarskjöld, die eens zei: 'De manier waarop we over de dood denken bepaalt hoe we in het leven staan.'

En zo bezien, besluit Van Lommel, vormt het onderzoek naar bijna-doodervaringen 'een brug tussen spiritualiteit en wetenschap'.

In de pauze vindt Van Lommels boek 'Eindeloos bewustzijn' gretig aftrek, en de auteur signeert zwierig 'aan Astrid' en 'voor Luuk'.

Goed, we geloven dus aan een leven na de dood, waarvan we in de bijna-doodervaring een voorproefje kunnen krijgen.

Maar hoe kan dat besef, en andere ideeën over hoe te leven, 'spiritualiteit' kortom, een rol spelen op het werk? Door in cao's afspraken te maken die tegemoet komen aan idealen van werknemers, zegt bestuurslid Yvon van Houdt van vakcentrale CNV.

Als wij het in onze samenleving van belang vinden dat mensen een waardig levenseinde hebben, moeten we afspreken dat iemand verlof kan nemen om voor een zieke te zorgen. "En ook bidden op de werkplek, of meditatie kan een onderwerp op de cao-agenda zijn."

Buiten dat is werk zélf ook een spirituele aangelegenheid, volgens Van Houdt. "Je bouwt mee aan de schepping. En dat is geen last maar een lust." Plezier in het werk, zegt Van Houdt, is daarom een thema waar de vakcentrale 'echt mee aan de slag is gegaan'.

Het CNV is een onderzoek gestart naar spiritualiteit op het werk, in samenwerking met het Nijmeegse Titus Brandsma Instituut van professor Kees Waaijman. Volgens Waaijman blijkt daaruit hoe 'gewoon' spiritualiteit is. "Het is oog hebben voor de bron van het alledaagse."