Halfjaarlijkse informatie over 'Moderne Devotie'
Collatie betekent 'gesprek', vooral 'opbouwend gesprek''. Daar zijn minstens twee partners voor nodig. Ze zijn anders, maar raken elkaar wel, tot opbouw van zichzelf en elkaar. Collatie was een kernbegrip van de Moderne Devotie en is actueel voor onze tijd.
|
|

|
aflevering 26 – december 2010
De hedendaagse christen en de Moderne Devotie
Het Nederlands christendom heeft de wind bepaald niet in de zeilen. Hogere scholing en steeds meer welvaart hebben geleid tot een sterke individualisering en een levensbeschouwelijk pluralisme. Juist het grote aanbod op de religieuze markt heeft veel tijdgenoten levensbeschouwelijk onzeker en relativistisch gemaakt. De beroemde vraag van Pontius Pilatus: ‘Wat is waarheid?’ ligt ook bij veel Nederlanders op de lippen. Een veelheid van waarheidclaims lijkt elke waarheid te doen verdampen. Zygmunt Baumann noemt onze samenleving een ‘liquid society’. Alles is vloeibaar geworden, ook de religieuze wereld.
Godsvraag
De christelijke gemeenschap is mede daardoor uitermate kwetsbaar. In een tijd van crisis is het goed om terug te keren naar de bronnen. Waar ging het de eerste christenen om en waar zou het ons om moeten gaan? Wat vormt de kern van onze christelijke identiteit? Welk getuigenis kunnen wij bieden aan de vele tijdgenoten die van Kerk en christelijk geloof vervreemd zijn geraakt? Tot de kernopdracht van de Kerk behoort het de vraag naar God levend te houden.
Nu is het woord ‘god’ een onbeschermd handelsartikel en verdient derhalve nadere invulling. Het gaat in de Kerk om de God van Israël, de God van schepping en verbond; de God van uittocht en bevrijding; de God van de psalmist en de profeten. Van déze God belijdt de Kerk dat Hij ons in Jezus Christus heeft opgezocht. Op de Paasmorgen is de gekruisigde Christus uit de doden opgewekt. Hij is de Levende in ons midden. Christelijk geloof is daarmee een relationeel geloof. Waarden, normen en deugden zijn gefundeerd in de relatie van Christus met iedere gelovige. In ons speuren naar het kloppend hart van het christendom is het goed om ook ons oor te luisteren te leggen bij de Moderne Devotie.
Nuchter geloof
In de late middeleeuwen ontstond in het IJsselgebied een christelijke vernieuwingsbeweging met een grote invloed op de toenmalige christenheid. Deze beweging is bekend geworden als de Moderne Devotie. Bekende namen zijn Geert Grote en natuurlijk Thomas a Kempis. Thomas is wereldberoemd geworden met zijn Navolging van Christus.
Wat is de betekenis van de Moderne Devotie in het algemeen en van Thomas a Kempis in het bijzonder? De Moderne Devotie biedt ons een rijkdom aan christelijke wijsheid. Ik noem vier zaken die ook voor de huidige postmoderne christen van belang zijn: de betekenis van het doopsel, het belang van het geloofsgesprek, de betekenis van gemeenschap en de vriendschap met Jezus Christus.
De Moderne Devotie legt nadruk op de verantwoordelijkheid van iedere gedoopte voor de voortgang van de Kerk. Juist in de Kerk van vandaag leggen wij nadruk op het gegeven dat alle gedoopten mededragers van het pastoraat zijn.
De Moderne Devotie kende de ‘collatio’, het geloofsgesprek, als een belangrijk instrument van geloofsvorming. Juist in onze dagen, nu talloze christenen sprakeloos zijn als het gaat om hun geloof, mogen er op het terrein van het geloofsgesprek duizend bloemen gaan bloeien. Rondom een geopende Schrift of een tekst uit de kerkelijke traditie kunnen mensen woorden vinden om zichzelf en anderen in het geloof op te bouwen.
In een tijd van individualisme leert de Moderne Devotie ons wat echte broeder- en zusterschap kan betekenen. Iedere hedendaagse mens kent de spanning tussen het verlangen naar privacy én behoefte aan onderlinge verbondenheid. Aanhangers van de Moderne Devotie leefden als broeders en zusters, in het voetspoor van de eerste christenen.
Voor de Moderne Devotie was gemeenschap onder mensen onlosmakelijk verbonden met een hechte vriendschap met Christus.
Erflater
In alle nuchterheid hebben de aanhangers van de Moderne Devotie hun geloof beleefd. Niet hoogdravend met het hoofd in wolken, maar met beide benen op de grond. Zo kreeg binnen de Moderne Devotie een innerlijke vernieuwing gestalte, getekend door een concrete beleving van het geloof van het doopsel; een intens geloofsgesprek met anderen; een diepe verbondenheid met broeders en zusters en een intense vriendschap met Jezus als de ene weg naar de Vader. Op deze wijze gaven de aanhangers van de Moderne Devotie gestalte aan hun navolging van Christus.
Wij mogen dankbaar zijn voor de Moderne Devotie. Christenen van vandaag en morgen kunnen in de verwarring van de tijd hun voordeel doen met deze belangrijke erflater.
Gerard de Korte
Mgr. dr. G.J.N. de Korte is bisschop van Groningen-Leeuwarden.
|
|
Redactie
Charles Caspers
Rudolf van Dijk (eindred.)
Ton Hendrikman
Clemens Hogenstijn
Gerry van der Loop.
Administratie
Collatie, Prof. Huijbersstraat 31, NL-6524 NP Nijmegen.
DE ADELDOM VAN DE MENS
God maakte je ziel van een zo grote waardigheid en zo grote adeldom, dat niets haar vervullen of niets in haar binnendringen kan dan de heilige en allerheerlijkste Drie-eenheid, de ene God,
naar wiens beeld en tot wiens gelijkenis Hij jou geschapen heeft.
Gerard Zerbolt van Zutphen († 1398), ‘Geestelijke bestijgingen’, 25,3.
|
Een oude stam met jonge loten
De vrouwelijke Congregatie van Windesheim
Op 20 september 2008 was er tijdens het generaal kapittel van de Congregatie van Windesheim in het ‘Engels Klooster’ te Brugge een open dag. De foto toont de communiteit met zusters uit de verschillende kloosters, tolken, geassocieerden en gasten in de refter (uit 1649) na een maaltijd. Rechtsonder met zwarte sluier twee zusters van Soeterbeeck: links zr. Anthonie Koolen, priorin, rechts zr. Gerarda van de Ven. Naast de priorin in donkere kleding Mia Bakers, sinds vele jaren bevriend met priorij Soeterbeeck.

Onder inspiratie van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) ontstonden in alle orden en congregaties vernieuwingsbewegingen. De jaren ’60 en ’70 bruisten van het ‘aggiornamento’ waartoe het Concilie had opgeroepen en waar eerder al verlangend naar werd uitgezien. De geest van vernieuwing liet ook de vrouwenkloosters niet ongemoeid die uit de traditie van de Moderne Devotie waren voortgekomen. Deze communiteiten van reguliere kanunnikessen, verspreid over Nederland, België en Engeland, geven hun religieuze leven vorm in de geest van het voormalige Kapittel van Windesheim (1395-1865) en vanuit het charisma van de Moderne Devotie. Tot deze ‘restkloosters’ behoort allereerst priorij Soeterbeeck (sinds 1997 te Nuland). Gesticht in 1448 te Nederwetten bij Nuenen, was het convent in 1732 naar Deursen verhuisd. In 1954 ging Soeterbeeck een fusie aan met Mariëndaal, gesticht te Diest (1422), sinds 1801 te Sint-Oedenrode. De communiteit was dan ook groot en levenskrachtig, toen zij in 1967 deelnam aan een belangrijk initiatief: de nog bestaande vrouwenkloosters uit de Moderne Devotie richtten samen een federatie op, met behoud van ieders autonomie. Behalve Soeterbeeck maakte priorij Nazareth (‘Engels Klooster’) te Brugge deel uit van de federatie. Dit klooster was in 1629 gesticht vanuit priorij Sint-Ursula te Leuven (1415), die in 1609 voor haar Engelse medezusters in Leuven priorij Sint-Monica had gesticht. Ook de priorij Our Lady te Haywards Heath (later te Sayers Common, sinds 2008 te Kingston-near-Lewes) trad tot het nieuwe verband toe, evenals de priorijen Sint-Monica te Hoddesdon (later opgeheven), Sint-Augustinus te Newton Abbot (later uitgetreden) en Onze Lieve Vrouw ter Engelen in het Rwandese Kaduha (later opgeheven). Bij de federatie sloten zich bovendien de reguliere kanunnikessen van Sint-Victor aan met hun klooster Onze Lieve Vrouw ter Nieuwe Plant (Ieper), dat al in 1236 is ontstaan. De federatie richtte te Tor Lupara (Italië) het internationale vormingshuis Maria Boodschap (1967-1973) op. Zusters uit Ieper en Brugge stichtten als samenwerkingsproject in het Zwitserse Sion het klooster Sint-Agnes (1967-1994). Op 4 januari 1971 werd de federatie omgezet in de (vrouwelijke) Congregatie van Windesheim. Zij is van pauselijk recht, hetgeen betekent dat de drie autonome priorijen niet meer totaal onder de rechtsmacht van de diocesane bisschop vallen.
Intussen was in 1961 de mannelijke Congregatie van Windesheim-Sint-Victor heropgericht op initiatief van de in 1959 gestichte Confederatie van Reguliere Kanunniken van Sint-Augustinus. Dit verband van koorherenorden en -congregaties wilde zo het geestelijk erfgoed van de twee beroemde, maar intussen uitgestorven congregaties – Windesheim en Sint-Victor – in dienst stellen van het ‘aggiornamento’, waartoe het Concilie had opgeroepen. De nieuwe Windesheimse tak heeft zijn voornaamste klooster in het Duitse Paring. Onder inspiratie van de nieuwe victorijnse tak, die zich vanuit de abdij Saint-Pierre te Champagne-sûr-Rhône (1968) uitbreidde (met 4 priorijen), ontstond in Champagne een gemeenschap van zusters Oblaten van Sint-Victor (1983). Deze is gesticht door de oorspronkelijke Orde der reguliere kanunnikessen van Sint-Victor te Ieper. Hun convent te Champagne is sinds 1988 tevens vormingshuis voor postulanten uit Tanzania. In dit Afrikaanse land hebben ook de victorijnen een stichting ondernomen: priorij Betlehem (1991), die thans 4 parochies en 10 à 15 staties bedient. De zusters Oblaten hebben intussen in Tanzania eveneens een filiaal: priorij Betlehem (Basotu, 1999).
Ook de drie ‘oorspronkelijk Windesheimse’ priorijen van de (vrouwelijke) Congregatie van Windesheim – Soeterbeeck, Nazareth en Our Lady – hebben aan hun missionair charisma gehoor gegeven. Zij stichtten in Rwanda het convent Onze Lieve Vrouw van de Vrede (Rwamagana, 2001), waar ook een noviciaat is opgericht. Zo komen op oude stammen nieuwe loten tot bloei. Wie over de grenzen van het vergrijzend kloosterwezen in Nederland heen kijkt, ontdekt heel wat nieuw leven.
Rudolf van Dijk
De vetgedrukte namen betreffen de priorijen die thans de vrouwelijke Congregatie van Windesheim vormen.
|
|
|
Onderzoek
Archeologie van een bibliotheek: het verhaal dat de boeken vertellen. Eind vorige eeuw besloten de zusters augustinessen van priorij Soeterbeeck te Deursen bij Ravenstein hun gemeenschapsleven voort te zetten in het kloosterverzorgingshuis Sint-Jozefoord te Nuland. Het klooster en de inboedel, inclusief de oude bibliotheek, werden in 1997 geschonken aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Deze kwam zo in het bezit van een collectie van ruim 50 voornamelijk liturgische handschriften en enkele honderden gedrukte boeken uit de late 15de tot 20ste eeuw.
Onderzoek maakte duidelijk dat de handschriften bewaard waren, omdat ze eeuwenlang in gebruik bleven en – misschien nog belangrijker – dankzij de spaarzaamheid van hun bezitters. Versleten, gerepareerd en uiteindelijk door de zusters zelf ontbonden eindigden veel handschriften incompleet, deels al verbruikt voor het inbinden van andere boeken. Ook veel oude drukken vertonen sporen van intensief gebruik, al zijn ze minder verminkt dan de vele handschriften die de zusters uiteindelijk van strokartonnen conserveringsbandjes voorzagen. Eigendomsnotities tonen hoe de boekjes van bezitster wisselden; er is in geschreven, er zijn plaatjes ingeplakt en er zijn allerlei losse objecten in bewaard, variërend van stukjes textiel tot bidprentjes en overlijdensberichten.
Deze oude bibliotheek verschaft een unieke inkijk in het individuele en collectieve (her)gebruik van de handgeschreven en gedrukte boeken over een langere periode, die uiteindelijk tot transformatie en verlies maar ook tot behoud ervan leidden. Vanuit deze optiek wordt aan de RU een methode van onderzoek ontwikkeld, die enerzijds gericht is op de gelaagdheid of stratigrafie van de afzonderlijke boeken, anderzijds de onderlinge verbanden in tijd in kaart wil brengen, gerelateerd aan de geschiedenis van Soeterbeeck en het religieuze leven in eenvoud en soberheid van zijn inwoonsters.
In samenwerking met de Nijmeegse Universiteitsbibliotheek is een applicatiedemo gemaakt, als aanzet tot digitale ontsluiting van de collectie-Soeterbeeck, die mede op dit archeologisch stratificatiemodel geënt is. De openingspagina brengt een foto van ‘de laatste bibliotheek’: vier zusters verdiept in de boeken. De fase van hergebruik en vervreemding, die in de 19de eeuw inzette, ligt dan achter ons. De handschriften en oude drukken zijn objecten van waarde geworden. Nu worden ze in de kluis van de Nijmeegse UB bewaard. Vanuit postprocessueel perspectief worden ze bestudeerd als archeologische objecten: de fragmentarische gegevens worden samengevoegd, gecontextualiseerd en geduid, dat wil zeggen, gerelateerd aan de functie die de boeken eeuwenlang gehad hebben, met respect voor de eigenheid van het canoniale leven van de augustinessen van Soeterbeeck en de kloosters die er ooit mee gefuseerd zijn.
Hans Kienhorst – Johan Oosterman
Hans Kienhorst – Verbruikt verleden. Handschriftfragmenten in en uit boeken van klooster Soeterbeeck. Herbert van de Sluis [fotografie]. Nijmeegse Kunsthistorische Studies, 17. Nijmegen, Radboud Universiteit, 2009. 128 blz., afb. ISBN 978-94-90128-19-7. € 25. Besteladres: Stg Nijmeegse Kunsthistorische Studies, RU Afd. Kunstgeschiedenis, Postbus 9103, 6500 HD Nijmegen.
|
|
|
Korte berichten
Laatste gedrukte aflevering. Met de aflevering die u op dit moment in handen hebt, eindigt de reeks gedrukte uitgaven van Collatie, sinds in april 1998 afl. 1 verscheen. Het blad is ontstaan uit een fusie van twee verwante organen. Rapiarium verscheen met 20 afleveringen tussen 1985 en 1994 als halfjaarlijkse periodiek van het Centrum voor Moderne Devotie (Deventer). Kring Soeterbeeck Kroniek was met 10 afleveringen tussen 1987 en 1997 het informatieblad van de Stichting Kring Soeterbeeck (Ravenstein). Vanaf afl. 7 (apr 2001) heeft Simone Weijs te Nijmegen de vormgeving verzorgd. Voor deze jarenlange vriendendienst zijn wij haar bijzonder dankbaar. Tot en met afl. 22 (okt 2008) was Rinie Verhoeven († 2009) ons behulpzaam bij de voorbereiding van de verzending. Wij gedenken haar in piëteit. Vanaf afl. 27 wordt Collatie digitaal voortgezet, dan met een link gekoppeld aan de website van het Titus Brandsma Instituut te Nijmegen. Ook digitalisering is niet gratis, al sparen we voortaan de hoge druk- en verzendkosten uit. Daarom blijven giften welkom op banknummer 1432.02.588 tnv Stg Kring Soeterbeeck, inzake Collatie, te Nijmegen [BIC: RABONL2U, IBAN: NL12 RABO 0143 2025 88]. [Red. en Adm.]
Collatie. Nieuwsbrief Moderne Devotie. Wie de nieuwe nieuwsbrief, digitale opvolger van Collatie. Halfjaarlijks informatieblad over Moderne Devotie [zie hierboven], gratis wenst te ontvangen, kan zijn/haar e-mailadres aan de Administratie toesturen. De nieuwsbrief kan geprint en vrij gekopieerd worden. [Adm.]
Index op Collatie 1-26. Lezers die sinds afl. 1 (apr 1998) de halfjaarlijkse afleveringen van Collatie bewaard hebben, kunnen per post op A4-formaat een complete index met verschillende ingangen ontvangen. Zij moeten dan tevoren een bedrag van € 2,50 overmaken op rekeningnr. 1432.02.588 tnv Stg Kring Soeterbeeck, inzake Collatie, te Nijmegen, ovv ‘Index Collatie’, en voorzien van hun postadres. [Adm.]
Gemeenschapsontwikkeling in Zwolle. In Zwolle – in de 15de eeuw ‘tweede hoofdstad’ van de Moderne Devotie – worden nieuwe initiatieven voor gemeenschapsontwikkeling ontwikkeld. Ze zijn sterk geïnspireerd door het gemeenschapsmodel van de Moderne Devotie. Het gaat om ‘nieuwe vormen van gemeenschap waarin mensen zichzelf, God en de ander kunnen ontmoeten’, aldus docent levensbeschouwing Mink de Vries, namens het Podium van Kerken. Zowel burgerlijke als kerkelijke instanties gaan met elkaar in gesprek om in alle wijken gemeenschapskringen te ontwikkelen. ‘Een gemeenschapskring is een groep mensen overal vandaan, uit verschillende kerken, rand- en buitenkerkelijken, die elkaar ontmoeten in een wijkcentrum of buurthuis. Vanuit dat centrum worden er allerlei zaken voor en in de wijk georganiseerd’. Dit vraagt niet om nieuwe kerken, maar om een nieuwe houding van bestaande kerken.
Tentoonstellingen Moderne Devotie. In het Historisch Museum te Arnhem zal 18 nov 2011 – 4 mrt 2012 een tentoonstelling worden gehouden over Arnhemse mystiek. Het doel is het voormalige Agnietenklooster en zijn cultureel erfgoed te plaatsen binnen de context van de overgang van de middeleeuwen naar de Nieuwe Tijd. Een soortgelijk initiatief nemen het Museum De Fundatie, het Stedelijk Museum Zwolle en het Historisch Centrum Overijssel met een expositie over Moderne Devotie in Zwolle in de periode nov 2011 – feb 2012. Het Museum voor Religieuze Kunst te Uden plant een expositie in de herfst van 2011 over de Orde der kruisheren, die in 1210 ontstond en in 1410 onder invloed van de Moderne Devotie een krachtige hervorming beleefde.
Moderne Devotie in transregionale context. In de Rijksuniversiteit Groningen is een internationaal project opgezet onder de titel The Modern devotion as a vehicle of reflection and education and as instrument of social and cultural cohesion within a German-Dutch trans-regional context (ca. 1350-ca. 1580). Na de eerste workshop in 2009 te Arnhem, was op 29-30 okt 2010 de Ruhr-Universität Bochum gastheer voor een vervolg. Beide workshops brachten veel ideeën aan het licht, die de verdere exploratie van de Moderne Devotie in haar Nederlands-Duitse context nieuwe impulsen geven.
|
|
|
Nieuwe uitgaven
A.G. Weiler (uitg.) – Arnoldus Gheyloven Roterdamus, Gnotosolitos parvus. CCCM, 212. Turnhout, Brepols, 2008. clxxvii+600 blz. ISBN 978-2-503-05121-5. € 350. – De gangbare mening over de priesteropleiding in de Nederlanden gedurende de 15de eeuw is negatief. Het mankeerde aan theologische vorming; kandidaten waren aangewezen op zelfstudie en enige praktijk bij een pastoor; voor toelating tot de hogere wijdingen volstond een eenvoudig examen bij de bisschoppelijke curie. Het onderzoek van de Nijmeegse emeritus-hoogleraar Anton Weiler wijst in een andere richting. Hij werkte jarenlang aan de editie van het enige handschrift met de Gnotosolitos Parvus van de Rotterdammer Arnoldus Gheyloven (ca. 1375-1442), aan wie hij eerder een studie wijdde [Collatie nr. 20 ( okt 2007) 3-4]. Deze erudiete windesheimse regulier van Groenendaal was bekommerd om een goede vorming van priesterstudenten. Daarom stelde hij op basis van zijn omvangrijker werk over theologische thema’s, de Gnotosolitos Magnus, een uitgebreid abstract samen, waarin hij moraal en kerkelijk recht op elkaar afstemde. Met deze Gnotosolitos Parvus wilde hij ook priesters tegemoet komen, die de leiding hadden over priesterstudenten. Weiler toont aan dat dezen gezocht moeten worden zowel in een van de paedagogia in de sfeer van de jonge universiteit van Leuven (1425) en de Sint-Maartensschool (1433) aldaar als ook in de relatie tussen Leuven en de broeders van het gemene leven in Deventer. Ofschoon niet bewezen, bestaat het vermoeden dat ook de priesterkandidaten van het Heer-Florenshuis de vruchten van de Gnotosolitos Parvus genoten hebben. In ieder geval beschikken wij met de perfecte teksteditie van Weiler over de grondslag voor verder onderzoek naar de vorming van jonge devoten tot opbouw van de Kerk. [RvD]
Aloysia E. Jostes – Die Historisierung der Devotio moderna im 15. und 16. Jahrhundert. Verbandsbewußtsein und Selbstverständnis in der Windesheimer Kongregation. Dissertatie Groningen. Groningen, Rijksuniversiteit, 2008. 916 blz. ISBN 978-90-367-3478-3. Prijs onbekend. –
In de kloosterwereld bloeit sinds eeuwen het genre van de kloosterkroniek. Ook huizen, conventen en kloosters binnen de Moderne Devotie hebben dit genre druk beoefend. Sommige kloosterkronieken evolueerden tot bovenconventuele geschiedschrijving, vooral binnen het Kapittel van Windesheim. Ze overschreden de grenzen van het eigen convent en boden een brede geschiedschrijving van communiteiten, personen en gebeurtenissen binnen een regionale context. De belangrijkste historiografen in deze categorie zijn Johannes Busch (Chronicon Windeshemense), Johannes Gielemans (Brabants werken), Johannes Mombaer (Venatorium sanctorum ordinis canonici) en Petrus Impens (Chronicon Bethleemiticum). Het belang van Jostes’ dissertatie is nauwelijks te overschatten. Zij vergelijkt genoemde auteurs met hun verschillende visies op de eigen Congregatie op basis van overvloedige documentatie. Alleen van het Chronicon Windeshemense bestaat een gedrukte, intussen verouderde editie (1886). De overige geschiedwerken berusten nog in handschriften, waardoor tot heden in de geschiedschrijving van de Moderne Devotie vooral de visie van Busch domineert. Kritische edities van de overige werken zijn dan ook broodnodig, vooral nu uit het onderzoek van Jostes blijkt dat Petrus Impens waarschijnlijk de meest voldragen geschiedschrijving van het Kapittel van Windesheim geleverd heeft. [RvD]
Margriet Hülsmann – Tronies, baardmannen en hondenkoppen. Noord-Hollandse boekdecoratie uit derde-orde-conventen aangesloten bij het Kapittel van Utrecht (ca. 1430-1480). Een kunsthistorisch-codicologisch onderzoek naar aanleiding van een ‘Legenda aurea’ van 1450 uit Amsterdam. Academisch proefschrift VU Amsterdam. Uitgave in eigen beheer, 2009. 254 blz., afb. Geen ISBN. Info: m.hulsmann@xs4all.nl en http://hdl.handle.net/1871/15527. – De ludiek ogende hoofdtitel voert de lezer naar het interdisciplinaire onderzoeksmilieu van codicologen en kunsthistorici. Het onderhavige onderzoek spitst zich toe op het ‘tronie-penwerk’, dat een aantal 15de-eeuwse handschriften van Noord-Hollandse herkomst bevat. Dit penwerkmotief omschrijft Hülsmann als ‘een (meestal wat ongure) mannenkop en profil in een cirkelvormige omlijsting met een diameter van ongeveer zeven tot veertien millimeter’ (11). Door vergelijkend onderzoek van 370 gedecoreerde handschriften in de regio Noord-Holland komt zij tot de conclusie dat dit motief is ontstaan in het Sint-Paulusconvent te Amsterdam. Dit mannenconvent nam bestuurlijk en boekproductioneel een prominente plaats in binnen het Kapittel van Utrecht, dat overwegend uit vrouwenconventen bestond en als leefregel de Derde Regel van Franciscus volgde. Uitgaande van de rijke decoratie in hs. Den Haag KB 73 D 9 (met de Gulden Legende van Jacobus de Voragine) leidt de auteur de lezer in zes hoofdstukken systematisch door haar rijk geïllustreerde onderzoeksverslag. Nieuwe en meer verfijnde groepering van veel handschriften is het batig saldo van Hülsmann’s onderzoek. Bijlagen en indices maken deze dissertatie tevens tot een naslagwerk. Met dit boek is weer iets meer zichtbaar gemaakt van de plaats die de tertianen en tertiarissen als afzonderlijke categorie van moderne devoten, binnen de cultuur van de Moderne Devotie innamen. [RvD]
Thomas a Kempis – De navolging van Christus in jonge taal. Hertaald door Mink de Vries en ingeleid door Paul van Geest. ’s-Hertogenbosch, Katholieke Bijbelstichting, 2008. 446 blz. ISBN 978-90-6173-130-6. € 17,50.
Mink de Vries – Navolging nu. Postmoderne Devotie. Kampen, Kok, 2009. 174 blz., ISBN 978-90-43517-18-8. € 16,50. –
Het boek dat na de Bijbel christenen vanaf de 15de eeuw het meest geholpen heeft op hun geestelijke weg, is de Navolging van Christus, samengesteld door Thomas van Kempen (1441). Om ook jonge mensen in onze tijd met deze immer vloeiende bron bekend te maken ‘hertaalde’ de Zwolse docent levensbeschouwing en jongerenwerker de tekst aan de hand van een bestaande vertaling. Voor een eerste kennismaking is dit een aanvaardbare opzet. Wie naar meer verlangt, vindt hierna wel de weg naar andere vertalingen, die beter bij de (Latijnse) brontaal aansluiten. Met zijn hertaling getuigt De Vries van een bevlogenheid, die vooral in Navolging nu voelbaar is. Hij toont zich gegrepen door het charisma van de Moderne Devotie en signaleert talrijke overeenkomsten met de geestelijke nood van onze tijd. Hij ziet ‘allerlei bewegingen van christenen, dwars door en over alle kerkmuren heen, en soms los van instituties, die terug willen gaan naar de basis van het christelijke geloof en de vraag stellen wat nu echt belangrijk is in de navolging van Christus’ (14). Aan de hand van het evangelie van Marcus voert de auteur de lezer in 42 korte hoofdstukken over de weg van navolging van Jezus Christus. Hij geeft blijk van zorgzame begeleiding op deze weg, die voert door een tijd met eigen problemen en spanningen. [RvD]
Thomas a Kempis – De rozentuin. Vertaald door Vincent Hunink, ingeleid door Paul van Geest. Kampen, Kok, 2009. 80 blz.ISBN 978-90-435-1613-6. € 14,90.
Thomas a Kempis – Het leliedal. Vertaald en ingeleid door Jacques Koekkoek. Kampen, Kok, 2010. 159 blz. ISBN 978-90-435-1800-0. € 15,90. –
Zowel Hortulus rosarum als Vallis liliorum zijn na 1456 geschreven. Het zijn fijnzinnige wenken voor waarachtig deugdenleven. In het eerste boek (18 hoofdstukken) ziet Thomas deugden als rode rozen in de hof van Christus, in het andere ((34 hoofdstukken) als schitterende lelies door Christus geplant in het dal van de deemoed. Beide geschriften zijn nu vertaald: De rozentuin door de ervaren vertaler Vincent Hunink, Het leliedal door de psyhchotherapeut Jacques Koekkoek. Laatstgenoemde presenteert zich als belijdend ‘postmodern devoot’ en legt in zijn driedelige inleiding getuigenis af van zijn worsteling om ‘geloofsaspecten uit het verleden en het heden tot een synthese’ te brengen (15). Beide vertalingen volgen nauwkeurig de brontekst. De rozentuin is ingeleid door Paul van Geest, die beide geschriften in zijn dissertatie geanalyseerd en kritisch uitgegeven heeft [Collatie nr. 2 (okt 1998) 4]. De wijze waarop Thomas begraven is, brengt Van Geest echter tot veronderstellingen die eerder door Paul Rademaker in U. de Kruijf e.a., Een klooster ontsloten (Kampen, 2000) 70-74 op basis van degelijk onderzoek naar het rijk der fabelen zijn verwezen [Collatie nr. 6 (okt. 2000) 2-3]. [RvD]
|
|
|
Informatie over Moderne Devotie
Titus Brandsma Instituut (Nijmegen 1968): info@titusbrandsmainstituut.nl / www.titusbrandamainstituut.nl
Centrum voor Moderne Devotie (Deventer 1980): c.m.hogenstijn@saxion.nl / chogenstijn@hotmail.com
Stichting Kring Soeterbeeck (Ravenstein 1987): g.vanderloop@wxs.nl / collatie@planet.nl
Stichting Thomas a Kempis (Zwolle 1988): madzy.vanderplaats@planet.nl / www.thomasakempiszwolle.nl
Geert Groote Instituut (Zwolle 1996): e.kalisvaart@windesheim.nl / ggi@windesheim.nl |
|
|
|
|
|
|
|
|
|  |  |
|
|
|